Over olieverf

Olieverf is al honderden jarenn in gebruik als middel om beelden vast te leggen.

Zij kan gebruikt worden op bijna elke ondergrond, in de vaktaal ‘drager’ genaamd. Dit kan hout zijn, denk aan de vele schilderijen die op houten panelen zijn gemaakt, doek, steen, glas en kunststof.

De basis van de olieverf is een kleurpigment. Dit is kleur in poedervorm, gemaakt van gemalen steen, gestampte aarde of gekookte of gedroogde planten. Stenen als lapis lazuli (een blauw kleurpigment), een steensoort uit de omgeving van Napels die zeer veel lood bevat (Napels geel), oker en siena (aardetinten) van gestampte aarde of ook gemalen steen en allerlei planten als uien en varens kunnen dienst doen.

Deze pigmenten worden dan heel lang gemengd met olie al dan niet met toevoegingen als bijvoorbeeld eigeel (tempera).

 

Olieverf heeft een lange droogtijd. Hierdoor kan men heel lang aan een schilderij werken, van enkele dagen tot meerdere weken. Dit wordt als een voordeel van de olieverf gezien. Een olieverfschilderij is vaak zelfs pas na een tot anderhalf jaar droog. Er bestaan echter ook hulpmiddelen om het droogproces te versnellen, evenals om de verf te verdikken of te verdunnen.

 

Ook kan door de menging de transparantie ofwel de doorzichtigheid  van een kleur worden beïnvloed. Sommige kleuren zijn hiervoor geschikter dan andere. De fabrikanten van olieverf in tubes geven de transparantie van olieverf aan d.m.v. ++ . Hoe meer kruisjes hoe doorzichtiger.

 

De toepassing van olieverf is veelzijdig. Buiten de reeds genoemde vele soorten dragers die gebruikt worden, kan er gewerkt worden in verschillende technieken. Nat-in-nat, nat op (bijna) droog, pasteus of juist heel schraal door de verf te verdunnen met terpentine of een ander verdunnend medium. Daarnaast zijn ook de gebruikte borstels, paletmessen, doeken en schrapers van invloed op de textuur van een schilderij.